Cookie beleid
Deze site gebruikt cookies om informatie op te slaan op je computer. Door deze site te gebruiken accepteer je de voorwaarden en privacy beleid. Bekijk de disclaimer.

Risico is er in vele gedaanten. Soms duidelijk bij een speculatief product, maar soms ook verborgen. Want stel; je hebt als belegger na de jarenlange rally’s op de aandelenmarktenen wat hoogtevrees en je wil wat risico terugnemen. Inderdaad, je gaat dan switchen van aandelen naar niet gecorreleerde beleggingen en dus kijk je in de diversificatie ook naar een deeltje grondstoffen, vastgoed en obligaties (vast rentende waarden). Nu zullen in de huidige omgeving grondstoffen en vastgoed niet echt veel bijdragen aan de gemoedsrust.
Door: Stefan de Maar en Cees Smit
De logische keuze die dan overblijft is het switchen naar obligatiebeleggingen. En dan bij voorkeur obligaties in je eigen valuta en dan ook nog eens met een korte looptijd vanwege het kleinere negatieve effect op de koers als gevolg van rentestijgingen. Maar helaas, de tijden zijn veranderd. Je loopt als Europese belegger al direct tegen de extreem lage obligatierendementen aan. Zo is de renteopbrengst (yield) van veel Europese obligaties tegenwoordig pas vanaf een lange looptijd positief. En deze lage rendementen gaan niet persé gepaard met lage risico’s.
Risico rendement gedachten
Het is nu zo dat als je via ETF’s (beursgenoteerde fondsen die een index volgen), een beleggingsfonds of via directe aankoop (door zeer grote beleggers) Europese staatsobligaties koopt, je nauwelijks rente ontvangt en zelfs vaak geld moet bijleggen. De meeste ETF aanbieders melden dit in hun factsheet onder yield-to-maturity (YTM). Van de YTM gaat dan nog de jaarlijkse kosten van de ETF af van gemiddeld 0,2%. Bij beleggingsfondsen liggen deze kosten vaak aanzienlijk hoger.
De negatieve rentes beperken zich overigens niet tot de hoogste kwaliteit Duitse of Nederlandse overheidsleningen. Het geldt ook voor de obligaties uit de landen in de periferie van Europa. Zo moet je zelfs voor het aanhouden van Italiaanse overheidsobligaties tot een looptijd van twee jaar geld inleggen! Meer iets voor mensen met een rotsvast vertrouwen in de toekomst van de eurozone. Helaas zal een niet onmogelijk scenario als een Brexit, dat plaatje al totaal op zijn kop zetten en er zijn nog tal van andere bedreigingen te bedenken.
Obligaties kopen uit de sterke euro landen met langere looptijden dan? Om dicht bij huis te blijven; de rente op Nederlandse staatsobligaties levert pas vanaf acht jaar looptijd een positieve renteopbrengst (yield) op. Vooruit, gezien de recent verlengde en vergrote opkoopprogramma’s van de ECB en de deflatoire druk in de wereldeconomie, lijkt de kans klein dat kapitaalmarktrentes binnenkort sterk zullen oplopen. Maar één ding lijkt ons duidelijk; de ruimte voor verdere rentedalingen is veel kleiner dan die voor rentestijgingen.
Hoe je het ook bekijkt, bij obligaties met een korte looptijd is de impact van rentestijgingen op de koers klein, maar is de renteopbrengst negatief. En bij een langere looptijd weegt de iets hogere renteopbrengst onvoldoende op tegen het grotere koersrisico.
Valutarisico
“Putting cents in front of a steamroller” lijkt daarmee een goede omschrijving voor het kopen van Europese staatsobligaties. Te meer daar veel van die obligaties een ongezond grote weging blijken te hebben naar landen als Frankrijk, Spanje en Italië. Meer iets voor de ECB of anders pensioenfondsen die zo gedwongen zijn hun verplichtingen af te dekken, maar niet iets voor pure beleggers. Zijn er nog wel manieren om risico te beperken en die na kosten nog iets opbrengen? Wellicht bedrijfsobligaties of Amerikaanse staatsobligaties met afdekking van het valutarisico?
Om te beginnen met bedrijfsobligaties, een tracker bestaande uit een mandje van Europese bedrijfsobligaties met een looptijd van gemiddeld drie jaar, genereert momenteel na beheerkosten een schamele yield van slechts 0,40%. Niet iets om als belegger echt enthousiast van te worden. Een tracker van Amerikaanse staatsobligaties met afdekking van het valutarisico dan? Bij een gemiddelde looptijd van drie jaar gaat de totale yield op aan het afdekken van het valutarisico en resteert na de beheerkosten een negatief rendement.
Er is nog een derde mogelijkheid en dat zijn overheidsobligaties van opkomende markten afgedekt naar Euro’s. Belangrijk daarbij is dat ze zijn uitgegeven in US Dollars of Euro’s, omdat je anders het risico’s loopt dat de lokale valuta devalueert. De doorlopende kosten van het afdekken van het US Dollar-risico naar de Euro, bedraagt momenteel circa 0,9%. Trackers met deze kenmerken zijn schaars en hebben ook hun haken en ogen. Als je kijkt naar liquiditeit en lengte van de track record, blijven twee kandidaten over, te weten die van BlackRock (ishares met symbool EMBE) en Deutsche Bank (DXSU). Beiden hebben een vrij lange duration van circa zeven jaar en zijn dus gevoelig voor rentestijgingen. Hier staat echter een hoge yield tegenover. Voor EMBE bedraagt deze nu circa 4,1% en voor DXSU circa 3,6%, beide na aftrek van de beheerkosten van de ETF. De DXSU belegt in minder landen dan de EMBE (15 i.p.v. 28) en deze afwijkende landenweging verklaart de lagere yield.
Ieder jaar 4,0%-4,5% meer yield dan op Europese staatsobligaties met een vergelijkbare looptijd kan vooral voor beleggers met een langere horizon interessant zijn. En ja, er is in deze wereld geen free lunch en overal kleven risico’s aan. Maar het oppikken van euro’s voor een stoomwals in plaats van het neerleggen van centen en dubbeltjes is zeker het overwegen waard.
Conclusie
Beleggers zouden zich moeten afvragen of hun geld wel veilig is in de handen van Franse, Spaanse, of Italiaanse overheden. Zeker als je geld bij moet leggen, is het de vraag of dit wel het risico waard is. En betalen voor veiligheid in een deflatiescenario is één, maar ook nog grote kredietrisico’s nemen is iets anders. Lees dus goed de factsheets van de ETF’s en vermijd de ETF’s met een te grote weging in Zuid Europese landen of een te lange looptijd. Het lage rendement lijkt het risico niet waard .
De achterliggende analyses bij dit artikel zijn toegepast op het beheer van het For Tomorrow Continu Click Fonds.
Gezamenlijke column van de fondsmanagers: Stefan de Maar en Cees Smit